In de commissievergadering heeft de LPO de wethouder verzocht om het mogelijk te maken de gelden die in 2015 overgebleven zijn op de zorg te oormerken. Daarnaast heeft de LPO gevraagd wat de effecten van het overschot kunnen zijn op de beschikbare gelden voor het komende jaren.
Bij de decentralisatie van de zorg vanuit het Rijk naar de gemeenten heeft er een flinke korting plaatsgevonden op de budgetten. Op basis daarvan is de gemeente Ommen kritisch geweest bij het toekennen van zorg in het kader van de WMO, Jeugdzorg, Sociale Werkvoorziening en Participatiewet. Nu blijkt er ruim 1,1 miljoen over te zijn op het budget.
De LPO wil er voor zorgen dat dit geld niet aangewend wordt om de tekorten van de gemeente te verminderen maar dat het budget beschikbaar blijft voor de doelen waarvoor het verkregen is. Temeer omdat de wethouder in de beantwoording aangaf dat het Rijk onbetrouwbaar is bij het toekennen van budgetten. Dus wat het budget voor volgend jaar zal zijn is nog onzeker. De wethouder heeft aangegeven dat er rond de zomer een evaluatie komt.
De LPO zal er bij deze evaluatie op aandringen om de scherpe kantjes van het beleid te versoepelen. Het uitgangspunt bij de decentralisatie was budgettair neutraal en niet om er geld aan over te houden.





