Het college van burgemeester en wethouders heeft de Kadernota 2016 aan de gemeenteraad aangeboden. Uit de Kadernota blijkt dat het financieel beleid de komende jaren gedegen, sober en doelmatig blijft. Hieronder wordt het financiële beeld van de gemeente Ommen verder uitgelegd.
De uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Dit geld ontvangt de gemeente van het Rijk voor het uitvoeren van allerlei taken. In de afgelopen jaren is de uitkering uit het Gemeentefonds steeds verder afgenomen. Sinds 2010 is de uitkering jaarlijks gemiddeld € 200.000 lager geworden. In vergelijking met 2010 ontvangt de gemeente Ommen dit jaar ruim € 1,2 miljoen minder van het Rijk. Deze uitkering zal ook de komende jaren verder afnemen. Het Rijk heeft per 1 januari 2015 taken op het gebied van werk, inkomen en (jeugd)zorg naar de gemeente overgeheveld en daarbij de gemeenten opgedragen om deze taken met minder geld uit te voeren.
In de afgelopen jaren is al geanticipeerd op de steeds lagere uitkering uit het gemeentefonds. Om ervoor te zorgen dat de meerjarenbegroting van de gemeente sluitend blijft, is zowel in 2011 als in 2013 een bezuinigingsprogramma vastgesteld. Tot 2017 bezuinigt de gemeente Ommen in totaal € 3,2 miljoen. Een belangrijk uitgangspunt bij het invullen van deze bezuinigingen is dat voorzieningen zoveel mogelijk in stand blijven, zodat Ommen een aantrekkelijke gemeente blijft om te wonen en te werken. Om dit mogelijk te maken, heeft de gemeente Ommen allereerst naar de eigen organisatie gekeken. Een deel van de bezuinigingen is dan ook ingevuld door efficiënter te werken. Daarnaast wordt bezuinigd door op verschillende onderdelen van het gemeentelijk beleid te besparen of te versoberen, bijvoorbeeld op onderhoud van openbaar groen of wegen, WMO-vervoer en zwembaden.
Om het huishoudboekje de komende jaren op orde te houden, om voorzieningen in stand te kunnen houden en vanwege de steeds lagere uitkering van het Rijk, is het ook nodig de inkomsten van de gemeente te verhogen. Dat is onder meer gebeurd door de tarieven voor toeristen- en forensenbelasting te verhogen. De gemeenteraad heeft aangegeven de toeristen- en forensenbelasting niet verder te willen verhogen. De bezuinigingsopgave voor de komende jaren blijft echter staan. In totaal moet er als gevolg van het niet verder verhogen van de toeristen- en forensenbelasting een bedrag van € 375.000 op een andere manier ingevuld worden.
Hiervoor heeft het college van B&W een Meerjaren Belastingplan gemaakt, waarin een aantal maatregelen worden voorgesteld om de inkomsten van de gemeente te verhogen. Het belangrijkste voorstel is om de tarieven voor onroerende zaak belastingen (OZB) de komende jaren steeds met 5% te verhogen.
Als de gemeenteraad instemt met dit voorstel, betaalt een eigenaar van een woning met een WOZ-waarde van € 200.000 vanaf 2016 jaarlijks € 11 meer OZB. Bij deze berekening is rekening gehouden met de verwachte inflatie.
In de Kadernota is berekend hoe de meerjarenbegroting eruit ziet in het licht van de ontwikkelingen die in de Kadernota geschetst zijn. Hieruit blijkt dat de begroting vanaf 2016 structureel sluitend is en zelfs een klein overschot laat zien. Er zijn nog wel incidentele tekorten, die afgedekt kunnen worden uit de reserves. Om financiële tegenvallers op te kunnen vangen is een algemene reserve noodzakelijk. Een deel hiervan is bedoeld om tegenvallers in gemeentelijke grondexploitaties op te kunnen vangen. De gemeente heeft op verschillende plekken gronden in eigendom om deze bijvoorbeeld te ontwikkelen tot woningbouwlocaties en houdt rekening met bepaalde opbrengsten.
Als deze opbrengsten tegenvallen, kan het nodig zijn reserves in te zetten. Om te bepalen hoe hoog deze reserve moet zijn, wordt in beeld gebracht hoeveel risico de gemeente loopt. De reserve voor grondexploitaties moet minimaal € 3,4 miljoen bedragen. Voor overige risico’s is € 1,6 miljoen gereserveerd. Dat is het dubbele bedrag van 2014. Dit is vooral gebeurd vanwege extra financiële risico’s die de gemeente loopt door het overhevelen van de taken van het Rijk naar de gemeente. De algemene reserve van de gemeente Ommen bedraagt nu € 5 miljoen. Dit is precies het bedrag dat minimaal nodig is.
De afgelopen jaren heeft Ommen de nodige investeringen gedaan, zoals bij de Stationsweg en voor de ontwikkeling van De Vlierlanden en de Westflank. Daar waren specifieke reserves voor. Deze reserves zijn ingezet voor de projecten en de grondexploitaties.
Wethouder Ko Scheele: “Mede door de aanhoudende Rijksbezuinigingen, staan we voor zware financiële opgaven. De cijfers laten zien dat de bodem nu is bereikt. Dit geldt ook voor onze reserves. We hebben de afgelopen jaren, op basis van wettelijke verplichtingen, flink moeten afwaarderen op gronden die we in bezit hebben voor woningbouw. Gelukkig waren de reserves hiervoor toereikend, maar ook hier is de bodem nu wel bereikt.”
“De gronden zijn nu in exploitatie, waardoor afwaarderingen beperkt kunnen blijven, maar er blijven altijd risico’s. Bijzondere aandacht vergt het bedrijventerrein De Rotbrink. Ongetwijfeld heeft de crisis ons parten gespeeld in de bijzonder lage uitgifte te laatste jaren. Maar er is daar wel een kentering nodig; daar gaan we mee aan de slag. In ieder geval is het zaak dat we scherp blijven monitoren en waar nodig bijsturen.”
“Tegelijkertijd willen we waar mogelijk wel blijven investeren in de doorontwikkeling van Ommen en in de samenleving: het centrum, onderwijs en wonen zijn daarbij prioriteit. Ook vinden we het belangrijk dat voorzieningen in stand blijven, zowel in de stad als in de kernen. Dat is de afgelopen jaren gelukt zoals met de aanleg van kunstgrasvelden op sportvoorzieningen, het vernieuwen van de bibliotheek en nieuw-/verbouw van het Vechtdal College en de Boslust. Uiteraard blijven we daarbij kritisch en moeten we keuzes maken. Het voorstel tot het stopzetten van de subsidie aan het Tinnen Figuren Museum is daar een voorbeeld van.”
“We hebben de afgelopen jaren stevig bezuinigd op het ambtelijk apparaat. Daar is de rek nu wel uit, zoals de vergelijkingen met andere gemeenten ook laten zien. Daarom vragen we nu een bijdrage van onze inwoners en kunnen we niet anders dan voor te stellen de belastingen te verhogen. Omdat de gemeenteraad eerder aangaf een verdere verhoging van de toeristen- en forensenbelasting ongewenst te vinden, ziet het college geen andere mogelijkheid dan het voorstel de OZB te verhogen. Daarbij hebben we uiteraard meegewogen dat we op dit moment relatief lage OZB-tarieven hebben, zeker in vergelijking met andere gemeenten. Er zijn weinig vergelijkbare gemeenten in Nederland te vinden die per inwoner over zo’n uitgebreid voorzieningenniveau kunnen beschikken als in Ommen. We willen samen met onze inwoners en ondernemers de kansen die er zijn benutten en verder bouwen aan een toekomstbestendig Ommen.”
De gemeenteraad bespreekt Kadernota aanstaande donderdagavond in de raadsvergadering. De vergadering begint om 16.00 uur.





