Bestuur Vechtstromen wil extra investeren

Waterschap Vechtstromen werkt dagelijks aan (landelijke) opgaven zoals klimaataanpassing, waterkwaliteit, duurzaamheid en blijft dat de komende jaren doen. Om door te gaan met deze koers en de doelen uit het bestuursakkoord voor veilig, voldoende en schoon water te bereiken, wordt er de komende jaren extra geïnvesteerd. 

Het dagelijks bestuur van waterschap Vechtstromen stelt voor aan het algemeen bestuur om voor de periode 2017 – 2021 het investeringskader van € 157 miljoen tot € 174 miljoen te verhogen. Op 12 juli debatteert het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen over het voorstel. “Voor veel inwoners in Twente, Noordoost Overijssel en Zuidoost Drenthe is ons werk vanzelfsprekend en wellicht onzichtbaar”, aldus Wim Stegeman (dagelijks bestuurslid en portefeuillehouder financiën). “Maar er liggen de komende jaren diverse maatschappelijke uitdagingen op watergebied door ontwikkelingen zoals waterbeheer en omgang met hoosbuien in steden, toename van stoffen (zoals medicijnen) in ons afvalwater en de circulaire economie (investeringsagenda naar een duurzaam Nederland). Naast deze opgaven vragen ook vernieuwingen van bestaande (zuiverings)techniek op rioolwaterzuiveringen, persleidingen en stuwen onze aandacht. De verwachting is dat er in de toekomst nog meer investeringen noodzakelijk zijn om goed in te spelen op de ontwikkelingen. Maar we vinden het nu wenselijk om, samen met onze partners zoals gemeenten, in ons werkgebied te blijven investeren. Door besparingen en inzet van reserves is het niet nodig dat de belastingtarieven nu extra stijgen”.

Financieel staat Vechtstromen scherp afgesteld
Vanaf de fusie van waterschap Velt en Vecht en Regge en Dinkel tot de totstandkoming van waterschap Vechtstromen in 2014 heeft het algemeen bestuur scherp gestuurd op financiën. Zo daalde het belastingtarief voor inwoners van het voormalige Velt en Vecht gebied met 28% tot het voormalige tarief van Regge en Dinkel, waardoor Vechtstromen direct bij één van de waterschappen in Nederland behoorde met lage waterschapslasten. Om dit mogelijk te maken is een forse besparing op de jaarlijkse exploitatie doorgevoerd. Daarnaast is gestuurd op zo weinig mogelijk belastingverhoging en schuldreductie (die in de jaren 2020 – 2050 daalt met 100 miljoen euro). Hiermee versterkte het bestuur een toekomstbestendig financieel beleid en dit bevordert op de middellange termijn een gematigde ontwikkeling van de lastendruk.

Artikel delen:
Gerelateerde berichten