Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft besloten om in de eerste helft van 2016 een tussenevaluatie te laten uitvoeren naar het huidige bestuursakkoord. De tussenevaluatie heeft zich gericht op de vraag of Vechtstromen zijn ambities realiseert, hoe de schuldpositie kan worden verkleind en hoe de kosten te verdelen over de verschillende belastingcategorieën.
Dit heeft geleid tot een besluit van het dagelijks bestuur (DB) dat in juli als voorstel wordt voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het DB-voorstel geeft ruimte voor noodzakelijke investeringen in beheer en onderhoud, maakt extra investeringen mogelijk en verlaagt de schuldpositie van Vechtstromen. Om dit mogelijk te maken, moeten de lasten licht omhoog.
€ 4,8 miljoen extra ruimte voor investeringen
Vechtstromen maakt werk van zijn ambities. Uit de tussenevaluatie blijkt dat de realisatie van de gestelde doelen op koers ligt. Op andere punten is Vechtstromen nog minder ver. Wat betreft beheer en onderhoud ligt er de komende jaren nog een belangrijke opgave. Daarnaast vraagt duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer om investeringen in de toekomst. Het DB-voorstel maakt dit mogelijk met een extra investeringsruimte van € 4,8 miljoen per jaar, bovenop de bestaande investeringsruimte van gemiddeld € 35 miljoen uit de programmabegroting 2016-2019.
Schuldreductie
Elke overheid die geld leent voor investeringen betaalt jaarlijks kosten aan aflossing en rentelasten. Dit noemen we de schuldpositie. Een deel van de schuld van Vechtstromen vindt zijn oorzaak in de collectieve bijdragen aan het nationale hoogwaterbeschermingsprogramma. Daarmee betaalt iedereen in Nederland vanuit een solidariteitsbeginsel mee aan de bescherming en de waterveiligheid van de laaggelegen delen van het land.
Het bestuur wil de lasten van deze investering niet langer doorschuiven naar de toekomst. Het DB voorstel maakt dat de schuld in de huidige bestuursperiode al afneemt en daarna in de jaren 2020 – 2050 verder daalt met € 100 miljoen. Hiermee versterkt het bestuur een toekomstbestendig financieel beleid. Dit heeft tot gevolg dat over de komende vijf jaar de lasten iets omhoog zullen gaan.
Gematigde lastendrukontwikkeling en betaalbare tarieven
Om bovenstaande investeringen en schuldreductie mogelijk te maken, zal de gemiddelde lastendruk stijgen naar 3,2%. Dit is een stijging van 0,5% ten opzichte van de in het bestuursakkoord afgesproken lastendrukontwikkeling van 2,7%, maar dit blijft onder de landelijke streefnorm van 5%. Het voorstel van het dagelijks bestuur voldoet aan het uitgangspunt om de waterschapsbelastingen voor nu en in de toekomst voor iedereen zo veel mogelijk betaalbaar te houden. Elk waterschap is wettelijk verplicht om ééns per vijf jaar expliciet stil te staan bij de kostentoedeling. Op basis van deze kostentoedeling worden de kosten over de verschillende categorieën belastingbetalers verdeeld.
Er worden door het waterschap steeds meer kosten gemaakt die direct zijn te relateren aan inwoners. De maatregelen van het waterbeheer richten zich in toenemende mate op het stedelijk gebied, klimaatbestendig waterbeheer, innovatie en duurzaamheid. Het voorstel voorziet daarom in een wijziging van de kostentoedeling. Het kostendeel voor inwoners ten opzichte van dat voor huizenbezitters, bedrijven, landbouw en natuur zal als gevolg daarvan licht stijgen. Voor groepen die mogelijk het minst kunnen betalen, hebben we een sociaal vangnet via onze kwijtscheldingsregeling.
Balans
Het dagelijks bestuur vindt met dit besluit een evenwichtige balans tussen de urgentie van investeringen in de toekomst, de noodzaak van betaalbaar waterbeheer en het belang van een verantwoord en gezond financieel beleid.





